Spreekbeurtinformatie

Op deze pagina vind u allerlei informatie over de Shetlandpony. Het begint met algemene informatie en daarna wordt er verder ingegaan op fokkerij en gebruik. De tekst is oorspronkelijk bedoeld als spreekbeurtinformatie voor scholieren, maar er staat natuurlijk ook veel interessante informatie in voor volwassenen. Zeker als u voor het eerste een shetlandpony wilt gaan kopen of een beginnende fokker/gebruiker bent kan deze informatie erg handig zijn.

De Shetlandpony

Algemene informatie
Mannetje      = hengst
Vrouwtje       = merrie
Baby            = veulen
1 jarige pony = enter
2 jarige pony = twenter
Ruin             = gecastreerde hengst

Het duurt 11 maanden voordat er een veulen geboren wordt.

Afkomst
De shetlander is een van de meest bekende onder zijn soortgenoten, want hij behoort tot het kleinste en oudste ponyras van de wereld. De shetlander dankt zijn naam aan de eilandengroep die ten noorden van Schotland ligt. De Shetlandeilanden bestaan uit meer dan honderd kleine eilandjes. Het klimaat is er kil en de eilanden worden sinds het begin van hun bestaan geteisterd door storm, regen en wind. Met een gemiddelde temperatuur van twaalf graden in de maand juli, is van een echte zomer geen sprake.
De Shetlandpony is het enige ponyras, dat zich in deze slechte omstandigheden heeft kunnen handhaven. De Shetlandpony wist zich vrij goed aan deze weersomstandigheden aan te passen, door zichzelf een dikke vacht aan te meten. Volgens deskundigen heeft  de kleine maat van de Shetlandpony te maken met de omstandigheden waarin zij decennia hebben geleefd. De korte beentjes, de kleine oortjes en het massieve lijf van de Shetlandpony, konden hem beschermen tegen het slechte weer.

    

Algemeen
In Nederland word sinds 1937 in stamboekverband met de Shetlandpony gefokt. Dus sinds die tijd worden de dieren geregistreerd en hun prestaties bij gehouden. Leden van het stamboek zijn meestal ook nog lid van een fokvereniging die per gebied onderverdeeld zijn. Ieder fokgebied heeft elk jaar een stamboek premiekeuring. Op de keuring worden er pony’s in verschillende maat- en leeftijdsklassen beoordeeld.

Hoogte maten:  1.  –  t/m  86 cm : mini maat.
                       2. 87 t/m 92 cm : kleine maat.
                       3. 93 t/m 98 cm : midden maat.
                       4. 99 t/m 107 cm : grote maat.

Primering:
De leeftijdscategorien zijn: veulens, enters, twenters en drie jaar en oudere merries. Als een pony aan de kwaliteitsnormen van het stamboek voldoet, zal de jury bij de aanbieding van een veulen een veulenpremie toekennen. Bij een eenjarige pony heet dat een enterpremie en bij een tweejarige een twenterpremie. Veulens worden in het veulenboek ingeschreven. Vanaf de driejarige leeftijd kunnen merries met een veulenboek papier opgenomen worden in het stamboek. Aan pony’s van drie tot twaalf jaar kan naar kwaliteit een derde, een tweede of een eerste premie worden toegekend.

Predicaten:
Daarnaast is het mogelijk om de predicaten; Kroon, Preferent, of het Superpreferentschap te behalen. Een combinatie van een IBOP A of AA met Kroon of Preferent geeft Elite. Een merrie of ruin die een IBOP A of AA heeft met een L- dressuurproef met min. 180 punten verdient het predicaat Prestatie.

Raskenmerken:
1. Type; Een typische Shetlandpony is een harmonieus en evenredig gebouwde pony, met goede verhoudingen tussen de romp en de benen. De verhouding tussen het lichaam een de benen is bij een volwassen pony ongeveer 50-50.
2. Beharing; De Shetlandpony heeft een dikke ruwe wintervacht. Hij heeft een dikke pak manen en een volle lange staart.
3. Voorhand; Onder voorhand word verstaan het hoofd, de hals en de schoft van een pony. Het hoofd mag niet te groot zijn, het moet de wereld inkijken met mooie kleine oortjes erop. De hals moet voldoende lengte bezitten en niet te diep uit de borst komen. De schoft moet voldoende ontwikkeld zijn en de schouder moet niet te stijl zijn, dus schuin geplaatst en goed aangesloten. Ook belangrijk is dat de schoft hoger is dan het kruis.
4. Middenhand; De middenhand is het stuk tussen de voor,- en achterhand. Dit moet passen in het geheel. Daarbij hoort lengte, diepte en breedte. De ribben dienen wat schuiner naar achter geplaatst te zijn.
5. Achterhand; De achterhand moet voldoende lang en iets hellend zijn. De dijen moeten voldoende lang en bespierd zijn. Eigenlijk moet het hele lichaam van de Shetlandpony goed bespierd zijn. Het kruis mag niet te kort zijn en moet mooi uitlopen op de staart.
6. Beenwerk; Het beenwerk moet evenredig aan het lichaam voldoende lengte en forsheid bezitten. De gewrichten, evenals de hoeven, moeten goed ontwikkeld zijn. De benen dien recht onder het lichaam te staan.
7. Beweging; De bewegingen van de Shetlandpony moeten ruim, vlot en krachtig zijn.

Kleur
De shetlanpony komt in heel veel kleuren voor. Eigenlijk mag een shetlandpony alle kleuren hebben behalve de kleur appaloosa. De meest voorkomende kleuren zijn zwart en vos. In de mini maat komen de meeste kleuren voor, naarmate de pony’s groter worden komen er minder kleuren voor. In de grote maat zijn de meeste pony’s dan ook zwart met een paar vossen en bonten.
Een bonte pony kan elke kleur als basis hebben, zo zijn er ook schimmelbonten, isabelbonten etc.
Er zijn erg veel kleuren mogelijk bij de shetlandpony, daarom is het ook erg ingewikkeld om alle kleuren te onderscheiden en te benoemen. Een schimmel kan ook nog verschillende kleuren als basis hebben, bijvoorbeeld zwart, bruin of vos. Dan zijn er ook nog schimmels die naarmate ze ouder worden wit worden en schimmels die altijd grijs blijven. Ook de kleur vos heeft veel tinten, dit loopt uiteen van licht beige met witte manen en staart tot erg donker bruin, de zogenoemde koffievos.
Daarbij komen nog vele aftekeningen zoals een kol, bles, snep, wit been of sokje.

Hieronder staan enkele voorbeelden van kleuren:
Zwart                                                                          Vos      
Zwartbont                                                                    Vosbont           
Bruin                                                                           Schimmel
Valk                                                                             Palomino                      
Wildkleur bruin                                                             Wildkleur zwart

Verzorging
De Shetlandpony heeft zijn populariteit voor een deel te danken aan de makkelijke en goedkope manier waarop hij verzorgt kan worden. Dit wil niet zeggen dat de Shet geen verzorging nodig heeft!
De vacht van de Shetlandpony bestaat uit een dikke wollige pak haren als onderlaag waar weer langere dekharen overheen vallen. De kou kan niet door de dubbele laag heen dringen en de regen glijdt langs de dekharen naar beneden. Het water komt nooit door de dikke onderlaag. Zo houdt de Shetlandpony zich droog en warm. De lange haren aan de benen (het behang) beschermen de Shetlandpony tegen takken, stenen en andere scherpe voorwerpen. De brede pluim haar boven aan de staart beschermd het kruis van de Shetlandpony om te voorkomen dat er water tussen de benen van de pony loopt. Bij slecht weer staan Shetlanders meestal met het hoofd naar beneden en de achterhand richting de wind. De volle staart van de Shetlandpony houdt zo het meeste aan regen en kou tegen. Ook de haren in de oren en onder de kaak van de Shetlandpony hebben een beschermende functie tegen de kou.
Ook in de zomer zijn de haren heel belangrijk! Met zijn dikke staart zwiept de pony de insecten van zich af. De oog,- en neusharen beschermen deze gevoelige plekken tegen kleine beestjes. De vacht van de pony past zich in de zomer aan. Als de pony goed in conditie is verliest hij snel zijn wintervacht en word hij mooi glad!

Voeding; Het valt niet altijd mee om een Shetlandpony het hele jaar in conditie te houden. Zomers worden ze vaak te vet omdat ze dan veel eiwitten binnen krijgen van het verse gras. Het gras waar ze het einde van de winter mee moeten doen is daarin tegen sober en bevat weinig energie. Het gevolg is dat de pony’s weinig voeding binnen krijgen en daardoor snel veel kilo’s kwijt raken. Het lastige is dat je dit niet altijd meteen ziet door de dikke wintervacht.
Of de pony bij gevoerd moet worden en hoeveel hangt vaak af van een aantal dingen. Is de pony dragend of zoogt het een veulen. Of is het een men- of rijpony. De gene die de pony voert moet er kijk op hebben en de conditie van de pony goed in de gaten houden.
Een pony die goed in conditie is heeft een glanzende vacht, stralende ogen en een vlotte verharing in het voor,- en najaar. Een pony die te vet is , heeft meestal een dikke kap op de nek zitten en enorm veel vlees op de rug liggen. De pony mag natuurlijk ook niet te mager zijn. Dit komt bij Shetlandpony’s ook maar weinig voor. De ribbenkast mag wel gevoeld worden maar niet gezien.
Het is belangrijk dat de pony’s vers voer en water krijgen. Het water dient helder te zijn. En het voer moet vers zijn, ook is het belangrijk dat het hooi fris ruikt. Schimmel en stof moeten uitgesloten zijn in het hooi.

Zomer; In de zomer is het belangrijk dat de Shetlandpony niet in al te vers gras loopt, hierdoor krijgen ze veel te veel eiwitten binnen en worden ze snel te vet. Het is ook niet de bedoeling dat ze op te kale grond lopen, vaak zie je dan dat ze grond of mest gaan eten. Hier kunnen ze ontzettend ziek van worden.   

Winter; De Shetlandpony kan  zich zolang het weiland er goed uitziet goed redden met het gras wat er staat. Als de pony een extra prestatie moet leveren, door het bijvoorbeeld zogen of dragen van een veulen is het wel belangrijk dat de pony bij gevoerd word. Goed hooi of kuilgras zijn de basis. Daarnaast kun je bijv. brokken bijvoeren. Bij een klein laagje sneeuw op de wei kan de pony zich goed redden, met zijn neus duwt hij de sneeuw weg om bij het gras te komen. Vriest het hard is het wel noodzakelijk de pony hooi bij te voeren.  

Ontwormen; Ook is het belangrijk dat de Shetlandpony regelmatig word ontwormt. Een aantal keer per jaar is een vereiste! Wissel door het jaar heen met verschillende soorten wormenpasta. Dit is belangrijk omdat als ze altijd de zelfde pasta krijgen de wormen in de pony er imuum voor kunnen worden. Dan denk je de pony goed te ontwormen en het heeft eigenlijk helemaal geen zin.

Vitamines en mineralen; Een pony extra vitamine en minerale toedienen word vaak gedaan doormiddel van een liksteen in de wei te leggen. Hier zitten alle soorten vitamine en minerale in die een pony nodig heeft. Als een pony niet wil groeien of bijv. slecht uit de oude haren komt, kun je hem ook nog een vitaminespuit geven. Dit werkt vaak goed omdat het sneller in het lichaam word opgenomen. 



De fokkerij van de shetlandpony

Geschiedenis van de fokkerij
De officiële geschiedenis van de geregistreerde Shetlandpony-fokkerij begint in Groot-Brittannië in het jaar 1890. Zo’n twintig jaar eerder begon Lord Londonderry al met het registreren van de vaders en moeders van zijn veulens. Hierdoor waren op de eerste officiële stamboekopname bij zijn pony’s de ouders en grootouders bekend. Zijn pony’s namen daardoor een bijzondere positie in. De invloed van de Londonderry-stoeterij is ongekend groot. De stamvaders van toen staan vandaag de dag nog steeds aan de basis van de Nederlandse fokkerij. De meeste fokkers op de Shetlandeilanden en op het vaste land maakten gebruik van de fokproducten van de Londonderry-stoeterij. Niet iedereen was gecharmeerd van het zware, kortbenig type van die pony’s, maar ze hoopte hun eigen fokkerij te verbeteren met de bewezen lijnen van Londonderry.
Dankzij de verkoop van de Londonderry-stoeterij, kreeg een aantal fokkers in Schotland en Engeland de kans om interessant fokmateriaal te kopen waarmee zij de basis konden leggen voor hun stoeterij. De Londonderry pony’s bleven tot 1920 populair, maar het specifieke londonderry type verdween door de jaren heen omdat de londonderry bloedlijnen werden vermengd met bloedlijnen van de orginele shetlanders.
Een aantal van deze nieuwe fokkers stelde andere eisen aan de Shetlandpony dan Londonderry had gedaan. Zij zagen graag een wat luxe pony die wat hoger op de benen stond dan de Londonderry pony’s . De pony’s moesten een mooi hoofd hebben en makkelijk kunnen bewegen. Bekende grondleggers uit die tijd voor de huidige fokkerij waren stoeterijen als South Park, Earshall, Transy en Harviestoun. Later kwamen er nog een paar zeer belangrijke stoeterijen bij. Bijvoorbeeld de Netherley en Marshwood stoeterij. Vooral de Marshwoodlijnen hebben een ongekende waarde voor de hedendaagse fokkerij in Nederland.

Het begin van de fokkerij in Nederland
Op 23 oktober 1937 werd in Nederland officieel een stamboek opgericht naar Engels voorbeeld. In de begin periode zijn er een aantal belangrijke fokstallen geweest, zoals stoeterij De Vennen, Rodichem, Vliek, Vries en Strypemonde. Op de meeste van deze stoeterijen werd er weer met Engelse bloedlijnen gefokt. Later had je de heren Martens en Vaessen die veel goede pony’s importeerden uit Groot-Brittanië. Vooral de Marshwood en Transy pony’s bleken zeer succesvol in de baan en in de fokkerij. Vooral de combinatie Marshwood x Transy heeft veel goede pony’s opgeleverd in de Nederlandse fokkerij. Uit deze lijnen stammen veel hedendaagse Shetlanders nog.

Meest voorkomende soorten van fokkerij
Er zijn verschillende manieren van fokken. 
1. Je hebt fokkers die fokken zonder beleid. Dit wil zeggen het maakt niet uit wat voor hengst er bij een merrie gaat, als ze maar drachtig wordt.                                                              
2. Je hebt fokkers die fokken op de maat van de pony, Bijv. een fokker die puur en alleen een mini pony wil fokken. Kleur van de pony maakt dan meestal niet uit.                                                                    
3. Je hebt fokkers die op een bepaalde kleur fokken. Met het doel die kleur te fokken met een zo hoog mogelijke kwaliteit van het veulen.                                                                                                            
4.Je hebt fokkers die puur en alleen op een paar bepaalde bloedlijnen fokken. En zo de kwaliteit van hun pony’s op een zo hoog mogelijke niveau te laten komen. Vaak maken deze fokkers gebruik van linebreeding (ook wel lijnenteelt genoemd).         

Linebreeding
Linebreeding of lijnenteelt wil zeggen dat je een merrie met een bepaalde bloedlijn koppelt aan een hengst die in zijn pedigree hetzelfde bloed voert. Wel is gewenst dat diezelfde bloedlijn dan een aantal generaties terug zit. Zodat je niet te dicht bij elkaar komt. Anders heb je te maken met inteelt. Linebreeding wordt vaak gebruikt om bepaalde goede eigenschappen extra terug te laten komen.

Van Hengstige merrie tot veulen
Het is natuurlijk erg leuk om zelf een veulen te fokken. Hieronder staat kort beschreven hoe dit in zijn werk gaat. Het kan ook verstandig zijn om bij een fokker informatie te vragen. Uit de theorie kun je de basis leren, maar een fokker kan je veel informatie en voorbeelden uit de praktijk geven.
De cyclus van een merrie duurt gemiddeld 21 dagen. Dit verschilt natuurlijk per merrie, sommige merries hebben een cyclus van 18 dagen anderen van 24 dagen. De hengstigheid duurt gemiddeld vijf dagen.
Je kunt testen of een merrie hengstig is door haar bij een hengst te houden. Als de merrie niet hengstig is zal ze afslaan, dit wil zeggen dat ze laat zien dat ze de hengst niet in haar buurt wil hebben door haar oren in de nek te leggen en naar de hengst te trappen. Als de merrie wel hengstig is kun je zien dat ze veel vriendelijker naar de hengst is, ze beurt dan ook haar staart op en gaat plassen (deze vloeistof is erg geel en troebel van kleur). Een hengstige merrie is vruchtbaar, dit wil zeggen dat er een rijp eitje in de eierstokken aanwezig is dat bevrucht kan worden. Je merrie kan tijdens de hengstigheid gedekt worden door een hengst.
Voordat je je merrie laat dekken is het belangrijk om een goede hengst uit te zoeken. Hierboven staan al verschillende soorten van fokkerij genoemd. Je kunt voor jezelf besluiten voor welke vorm van fokkerij je wilt kiezen. Daarnaast is het belangrijk om te kijken waar de gekozen hengst staat. Dit kan een hengstenhouderij zijn waar ze met de hengsten reizen en dus bij je merrie langskomen, maar ook een hengstenhouderij waar je merrie naartoe moet. Je moet je dan afvragen of je haar laat dekken en weer mee naar huis neemt of dat je merrie op het adres kan logeren. Ook verschilt het per hengstenhouder of de hengst bij de merrie in de wei loopt of uit de hand dekt. Dit kan voor je merrie belangrijk zijn, kan ze gewoon in de wei of heeft ze speciale verzorging nodig. Daarnaast is het goed om te kijken of je merrie kan blijven totdat ze dragend is. Natuurlijk zijn de kosten van zo’n dekking en alles dat er bij komt kijken ook niet onbelangrijk. Bij shetlanders word in tegenstelling tot de paardenrassen bijna geen kunstmatige inseminatie toegepast. Dit omdat de kosten hiervan erg hoog zijn.
Je merrie kan gedekt worden. Als de merrie bij de hengst in de wei loopt zal de hengst haar gedurende de hengstigheid een aantal keer dekken. Als de merrie uit de hand word gedekt gebeurd dit meestal om de dag. Uiteindelijk is de laatste dekking het belangrijkst omdat dan de eisprong plaatsvindt.
Het is verstandig om je merrie uiterlijk 18 dagen na de laatste dekking weer door de hengst te laten proberen om te kijken of ze afslaat of opnieuw hengstig is. Als de merrie weer hengstig is moet ze opnieuw gedekt worden. Als ze afslaat moet ze nog een aantal keren geprobeerd worden. Word ze niet weer hengstig dan is de kans groot dat ze dragend is. Dit kun je laten bevestigen door een scan te laten maken bij de dierenarts. Bij dit onderzoek word het scanapparaatje via de endeldarm met de hand ingebracht. De dierenarts kan vanaf 16 à 17 dagen na de laatste dekking een vruchtje zien op de scan. Mocht de merrie niet dragend zijn dan kan hij verder kijken naar de baarmoeder en naar de eierstokken om te kijken of alles normaal functioneert. Het kan verstandig zijn om je merrie ongeveer zes weken later nog een keer te laten scannen. In enkele gevallen ontwikkeld het vruchtje zich niet goed en sterft het af. Je kunt dan op de scan geen vruchtje meer zien. In dat geval kun je je merrie later in het seizoen nogmaals laten dekken. Ook voor de winter is het belangrijk om te weten of je merrie dragend is of niet. Een dragende merrie heeft namelijk ander en vooral meer voer nodig dan een guste merrie. Let bij het ontwormen ook op of het middel geschikt is voor dragende merries of later bij jonge veulentjes.
Een pony heeft een gemiddelde draagtijd van elf maand. Tussen de tien en de twaalf maand kan een veulen gezond ter wereld komen. Het is daarom belangrijk om je pony in die tijd goed in de gaten te houden. Meestal kun je aan de merrie zien dat het veulen binnen korte tijd gaat komen. Je kunt dit vaak als eerste aan het uier zien. Deze word eerst voller aan de bovenkant, daarna worden de spenen groter en sommige merries kegelen (er hangen dan opgedroogde melkdruppeltjes aan de spenen). Ook aan het gedrag van je pony kun je soms zien dat het veulen snel komt. Sommige merries gaan veel lopen, anderen zijn erg onrustig of zonderen zich af van de groep. Als eerste kun je zien dat de pony afwisselend gaat liggen en staan, al snel daarna wordt de vruchtblaas zichtbaar. Dan komen als eerste de voorbeentjes naar buiten die gevolgd worden door het snuitje. Als je twee voetjes en een hoofdje ziet kun je ervan uitgaan dat alles goed ligt en de merrie nog even rustig laten persen. Kun je maar één beentje en een snuitje zien, dan is het verstandig om de dierenarts te bellen. Het is daarom altijd handig om een kistje met halster en touw, handdoeken, briefje met het telefoonnummer van de dierenarts, glijmiddel, jodium en ontsmettingsmiddel klaar te hebben staan.


 
Wanneer het hoofdje er is kun je het vlies openmaken, let erop dat er geen vlies voor de neus en mond blijven zitten. Als de bevalling vrij zwaar gaat kun je de merrie helpen. Je pakt dan beide voorbeentjes van het veulen vast en wanneer de merrie gaat persen trek je heel rustig richting de achterbenen van de merrie. Als het veulen geboren is laat de merrie nog even rustig bijkomen. Maar zorg ervoor dat ze een paar minuten na de geboorte weer opstaat en niet blijft liggen persen. Meestal breekt de navelstreng tijdens de geboorte, mocht dit niet zo zijn kun je deze ontbinden door hem op te draaien. Daarna kun je kijken of het een merrie of hengst is geworden. Je kunt dan meteen de navel even ontsmetten met jodium. De nageboorte (het vlies, de moederkoek etc.) laat meestal binnen een half uur los. Om te voorkomen dat het afscheurt, doordat de merrie erop gaat staan, is het verstandig om deze op te knopen. Als de nageboorte er binnen 3 uur niet af is moet de dierenarts gebeld worden. Het veulen probeert met enkele minuten al te gaan staan. Dit gaat met vallen en opstaan dat er komisch uit ziet. Als een veulen geboren word heeft het een soort ‘sponzen’ onder de hoefjes. Dit voorkomt dat de harde hoeven de merrie beschadigen voor de geboorte. Na de geboorte vallen deze er vanzelf af, maar het staan gaat hier in het begin niet makkelijker door. De merrie is altijd erg blij met haar veulen. Ze snuffelt en likt het. Hierdoor duwt ze het veulen ook richting haar uier om de biestmelk te laten drinken. Meestal vinden de veulentjes snel de weg, maar het is belangrijk dat hierop gelet word zodat het veulen de belangrijke voedingsstoffen binnen krijgt. Kan het veulentje de speen na veel zoekwerk niet vinden dan kunt u het proberen te helpen door het snuitje richting de speen te duwen. Let er wel op dat je lieve knuffelpony nu met haar veulentje erbij heel anders kan reageren omdat ze haar veulen wil beschermen.
Rond de tiende dag na de geboorte van het veulen word de merrie weer hengstig en kan ze opnieuw gedekt worden. Het veulen kan na drie maand worden afgespeend. Dit kan het beste door het eerst te laten wennen aan brokjes als het nog bij de moeder is. Dan kan het na het afspenen direct beginnen met brok eten zodat het zonder de moedermelk kan.

Hengsten opfok
Bij het Nederlands shetlandpony stamboek kan een hengst met de leeftijd van drie jaar aangeboden worden voor de hengstenjury. Voordat men overweegt om een hengstveulen aan te houden moet men met een aantal dingen rekening houden.
-Is het veulen kwalitatief goed genoeg om aan te houden voor de opfok?                                                  
-Is het veulen veterinair in orde?                                                                                      
-Is het papier van het veulen (de afstamming) goed en interessant genoeg voor de fokkerij?


               
Als het veulen aan deze eisen voldoet kan een fokker besluiten om het veulen aan te houden voor de opfok. Vaak zie je dat fokkers de hengstveulens bij elkaar op een groot stuk grond doen. Vaak als jonge hengsten bij elkaar lopen, vechten ze. Hier worden ze harder van en ontwikkelt het beenwerk zich beter omdat ze zoveel beweging hebben. Wel is het belangrijk dat de hengsten regelmatig bekapt en ontwormd worden.
Tussentijds selecteren; vaak kijk je na een jaar hoe de jonge hengst zich ontwikkeld heeft. Want het is niet altijd zo dat als je een goed veulen hebt, als ze een jaar oud zijn ook nog steeds goed zijn. Dan kun je besluiten om hem niet verder aan te houden en te verkopen. Meestal wordt de tweede selectie gedaan als ze een jaar of 2 oud zijn. Vaak worden de 2-jarige hengsten die goed genoeg zijn nog een keer veterinair onderzocht. Een aantal maanden voor de keuring, welke in december plaatsvindt, worden de hengsten die goed zijn uit de koppel gehaald. Zodat je de hengsten precies kunt gaan voeren wat ze nodig hebben. Want de ene hengst heeft meer nodig dan de ander. Ook kun je de hengst nu tammer maken doordat je hem iedere dag voert. Een aantal weken voor de keuring kun je ook met de hengst gaan trainen. Zodat de hengst aan je went en om hem zo goed mogelijk te kunnen laten stappen of draven. Ook is het goed voor de conditie van de hengst. Voor de keuring dient de hengst 2x ingeënt te zijn door de dierenarts. Hij moet goed op zijn hoeven staan. En dient mooi gewassen te zijn.
Op de keuring wordt voordat de hengst wordt aangeboden voor de jury, zijn hoogte gemeten en wordt hij lineair gescoord. Dit wil zeggen dat hij punten krijgt voor zijn type en bewegingen. Vervolgens wordt de hengst aangeboden voor de jury. Als de jury hem goed genoeg vindt mag hij door naar de volgende ronde. Je hebt drie rondes, de hengsten die aan het einde van de dag overblijven kunnen worden goedgekeurd als stamboek,- of premiehengst. Deze premiehengsten komen begin januari terug voor hun primering.

Keuringen
Er worden ieder jaar door het hele land verschillende keuringen georganiseerd. Begin januari wordt de hengstenkeuring gehouden in Mariënheem. Op deze dagen worden alle goedgekeurde hengsten getoond en kunnen zij een premie ontvangen. In het voorjaar en in de zomer worden er allerlei fokdagen georganiseerd waar je met je pony’s naartoe kunt. Ook de nationale minikeuring en de nationale bontenkeuring zijn zulke fokdagen. Van eind juni tot begin oktober worden de premiekeuringen georganiseerd door de fokverenigingen. Elke pony mag ieder jaar maar een keer naar een premiekeuring. Je kunt met je pony naar de premiekeuring van de fokvereniging in jouw district. Als je op deze dagen verhinderd bent doordat je pony’s ziek zijn of een andere belangrijke reden kun je in oktober naar de nakeuring. Je pony wordt dan niet geplaatst en kan dus geen kampioen worden, maar kan wel in aanmerking komen voor een premie. Later in oktober wordt er het Nederlands kampioenschap georganiseerd waar alleen pony’s naartoe mogen die geselecteerd zijn op de premiekeuringen, dit zijn bijvoorbeeld alle kampioenen. Begin november wordt ieder jaar een speciale jongerenfokdag georganiseerd voor jongeren tot en met 21 jaar. In december vinden vier dagen hengstenkeuring plaats waar de jonge hengsten hun goedkeuring kunnen behalen.
Als je met je pony naar de keuring gaat moet je ervoor zorgen dat je pony netjes bekapt is en netjes gewassen en gepoetst. Je mag een shetlander bijna niet bijknippen. Alleen de oortjes kun je bijknippen door het oor dicht te drukken en dan de lange uitstekende haren weg te knippen en hele lange haren onder het hoofd mag je iets korter knippen. De staart moet recht afgeknipt worden zodat deze niet over de grond sleept, maar er net boven hangt. Omdat de rechter kant van de pony aan de jury getoond word is het mooier als je pony veel manen aan de rechter kant heeft. Sommige pony’s hebben een prachtige dubbele rij manen, bij andere pony’s hangt dit allemaal aan de linker kant. Dan kun je na het wassen de manen netjes verdelen zodat er rechts iets meer hangt dan links. Dit blijft mooi zitten als je er aan beide kanten elastiekjes in maakt en deze ’s morgens voor de keuring er weer uit haalt. Eventueel kun je de staart van je pony ook invlechten. Als je de vlechten er dan ’s morgens voor de keuring uit haalt lijkt de staart van je pony voller. Je pony moet ook een mooi passend halster op hebben. Voor de meeste pony’s staat een wit leren halster het mooist. Schimmels kun je eventueel met een zwart of donkerbruin halster voorbrengen. De voorbrengers moeten ook in witte kleding. Het is de bedoeling dat je je pony in de ring eerst opstelt voor de jury. Je zet dan je pony op ongeveer drie meter afstand van de jury en zorgt dat ze mooi staat zodat alle vier de benen zichtbaar zijn en de oortjes attent naar voren staan. Daarna stap je in een rechte lijn heen en terug en dan volgt een rondje in draf waarna je de pony weer voor de jury opstelt. Dan kun je aan de zijkant van de ring wachten tot alle pony’s zijn geweest. De ringmeester noemt alle nummers op in volgorde van voorlopige plaatsing door de jury. Daarna stappen alle pony’s nog een aantal rondjes zodat de jury kan kijken of de voorlopige plaatsing definitief wordt of dat er nog gewisseld moet worden. De ringmeester geeft dan aan dat iedereen kan opstellen en dan worden de rozetten en eventuele premies uitgereikt. De kopnummers mogen aan het eind van de dag strijden om het kampioenschap.


 

Het gebruik van de shetlandpony

Geschiedenis
De eilandbewoners zijn lange tijd afhankelijk om in hun levensonderhoud te voorzien. De shetlandpony hielp deze mensen met allerlei klusjes. Ze werden ingezet in de turfwinning, de mijnen, maar ook als vervoersmiddel en speelkameraadje. De haren van de shetlander werden vroeger zelfs gebruikt om visnetten van te maken, dit werd al snel verboden.
Deze pony’s waren goedkope arbeidskrachten. Ze konden veel zwaar werk verzetten en waren goedkoop in onderhoud. Ze moesten zelf hun eten bij elkaar scharrelen op de gezamenlijke weiden en aten vooral droge, taaie heide en mineraalrijk zeewier. Als de kleine boeren al in staat waren de pony’s bij te voeren kregen ze kleine beetjes hooi of maïs. Omdat iedere houten plak die aanspoelde gebruikt werd voor het huis van de mensen zelf bleef er geen materiaal over voor een stal voor de dieren. De shetlander kon bij slecht weer beschutting zoeken bij grote rotsblokken, muurtjes of turfwallen, maar ze hebben nooit geen dak boven hun hoofd gehad.
De merries en hengsten werden apart van elkaar ingezet om problemen te voorkomen. De merries en hun veulens werden gebruikt voor de turfwinning. Deze pony’s kregen een wollen deken met daarop een mat van stro op hun rug. Bovenop dit zadel werden de manden voor de lading gelegd met daarop netten die moesten voorkomen dat de lading verloren ging. Hierin werd het turf, maar ook aardappelen, hooi, vaten met zout, gedroogde vis en zeewier vervoerd. Sommige pony’s  deden dit werk zonder hoofdstel of halster. De jonge dieren volgden hun instinct en liepen dus achter hun ouders aan. Zij konden zonder begeleiding de weg naar huis en weer terug vinden.
De hengsten en ruinen werden vooral ingezet in de mijnindustrie. Deze mensen zochten vooral mannelijke dieren vanaf vier jaar die sterk genoeg leken om het zware werk te kunnen doen. Deze pony’s waren niet altijd in de buurt van de mijnen voor handen. Daarom werden ze per district op een punt verzameld en naar de mijnen gebracht. Dit kostte vaak een aantal lange dagen te voet. Soms werden de pony’s zelfs per schip of per trein vervoerd. Aangekomen op de plek van bestemming kregen ze enkele dagen rust om bij te komen van de reis en om gecontroleerd te worden. Het kwam vaak voor dat één man samen met zijn hond een kudde van honderd pony’s bewaakte. Deze zogenaamde Horse Keeper zorgde voor de pony’s. Hij voerde de shetlanders en gaf ze dagelijks een wasbeurt. Hij moest er voor zorgen dat de pony’s iedere dag weer gezond en fris aan het werk konden. De mijnpony’s werden goed verzorgd en kregen een op maat gemaakt tuig dat zijn hoofd en ogen goed beschermde tegen het stof en vallende stenen. Sommige gangen in de mijnen waren nauwelijks toegankelijk, maar de kleine pony’s redden zich erg goed. De pony’s moesten acht uur werken en kregen vervolgens acht uur rust. Ze bleven het hele jaar door bij de mijnen en hadden daar dan ook hun eigen stallen. Een keer per jaar mochten ze naar buiten voor een korte vakantie. De werklui hadden een erg goede band met de pony’s. Zij wisten dat ze niet zonder ze konden en dat het geld samen verdiend moest worden. Ook bij dreigend gevaar hadden ze aan de shetlander een goede hulp. Door zijn instinct bleef hij stil staan en verzette geen stap meer hierdoor werden ongelukken voorkomen.
De pony’s werden ook als vervoermiddel voor mensen gebruikt. Zo gingen de volwassen mannen op een shetlander naar de kerk. Hun benen sleepten over de grond, maar hun gewicht was voor deze sterke pony geen probleem. De pony’s hadden ook een goed karakter. De kinderen reden met de pony’s naar school, daar aangekomen werden ze vastgezet aan een ketting in de grond en aan het eind van de schooldag konden ze weer mee naar huis.
Later werden de pony’s gebruikt voor de handel. Ze waren een belangrijke inkomstenbron. De meeste pony’s werden in het begin verkocht naar Engeland en Schotland, later gingen ze de hele wereld over. Vooral de Engelsen gebruikten ze als een luxe product voor de rijke mensen. Ze dienden als decoratie in tuinen, maar ook voor het mennen. Zo had koningin Victoria meerdere Shetlanders in haar bezit en ze was beschermvrouwe van het ras. Hierdoor werd de shetlander nog populairder.
Bij de armere mensen werd de shetlander aangespannen gebruikt. Dit door zijn goedkope onderhoud, maar ook omdat ze goedkoper waren voor de wegenbelasting. Er gold een regel zoals hier nu de wegenbelasting, grotere paarden en koetsen moesten meer betalen dan de kleine shetlander met een klein koetsje.
Rond het midden van de negentiende eeuw werd de shetlandpony vaker voor de hobby gebruikt als kinderpony. De Engelse kinderen leerden al heel jong ponyrijden. Ze werden als baby al in een mandje op de rug van deze pony’s gezet. De kinderen deden mee aan de jacht en beoefenden alle onderdelen van de ruitersport.

 

Verschillende vormen van gebruik
Hieronder volgen enkele vormen van gebruik waarvoor de shetlandpony veel gebruikt wordt.
-Onder het zadel:Er zijn vier veel voorkomende onderdelen waaraan je onder het zadel met je pony kunt meedoen.
-Dressuur: Vaak begin je met dressuur waarbij je leert om je pony goed onder controle te hebben. Een goede dressuur is eigenlijk voor alle onderdelen de basis en erg belangrijk. Je moet hiervoor goed kunnen sturen en overgangen kunnen rijden. Bij een dressuurproef moet je naar verschillende letters rijden waardoor je allerlei figuren rijd in verschillende tempo’s.
-Springen: Bij het springen is het de bedoeling om zo snel mogelijk een parcours met hindernissen foutloos af te leggen.
-Caprilli: Een caprilliproef is een soort dressuurproef met eenvoudige sprongetjes of balkjes tussendoor. Deze proef word vaak afgelegd voordat je met springen begint. Weer is de dressuur erg belangrijk, je moet laten zien dat je je pony onder controle hebt. Bij de hindernissen is het de bedoeling dat deze zo net mogelijk worden genomen en niet zo snel mogelijk.
-Bestgaande: Bij een wedstrijd voor bestgaande pony wordt vooral gekeken naar de gangen van de pony, dit onderdeel lijkt veel op het concoursrijden, maar dan onder het zadel. Je moet je pony in stap, draf en galop laten zien. Eerst begin je met rondjes op de rechter hand en daarna doe je hetzelfde op de linkerhand. De jury kijkt naar de pony die het beste beweegt en het best word voorgesteld. Natuurlijk zijn ook de houding, stelling en wendbaarheid belangrijk evenals de totale uitstraling.
-Aangespannen:De aangespannen sport kan op veel verschillende manieren beoefend worden. Je kunt met één pony rijden, maar ook met meerdere tegelijk. Hieronder staat hoe je deze aanspanningen noemt.
een pony: enkelspan
twee pony’s naast elkaar: tweespan
vier pony’s(twee voor en twee achter): vierspan
twee pony’s voor elkaar: tandem
drie pony’s voor elkaar: randem
drie pony’s(twee achter en een voor): klavertje drie
-Dressuur: Ook dit is de basis voor al het aangespannen werk. De dressuur bij het mennen lijkt erg op de dressuur onder het zadel.
-Vaardigheid: Dit word vaak ‘kegeltjes rijden’ genoemd. Je moet hierbij een parcours afleggen door tussen pionnen met daarop balletjes te rijden. Het belangrijkste is om foutloos te zijn, dus alle balletjes op de pionnen te laten liggen, daarnaast geldt de snelste tijd. Hierin zijn verschillende klassen, hoe hoger de klasse hoe smaller het poortje.
-Marathon: Hierbij moet je een wegtraject afleggen en hindernissen rijden. Je begint meestal met een wegtraject waarbij je mag kiezen of je in stap of draf rijd. Daarna volgt een staptraject waarbij je verplicht in stap moet rijden, bij officiële wedstrijden rijd er een controleur mee om te kijken of je je hieraan houdt. Daarna volgt nog een wegtraject waarbij je weer mag kiezen of je in stap of draf rijdt. In dit laatste traject zitten de hindernissen verwerkt. Het is de bedoeling dat je je in het wegtraject aan de snelheid houdt die is voorgeschreven. Dit is per traject en per klasse van grootte van de pony verschillend. Je moet zorgen dat je niet te snel en niet te langzaam bent in dit traject. De hindernissen moeten foutloos en zo snel mogelijk genomen worden. Bij een samengestelde menwedstrijd wordt dressuur, vaardigheid en marathon gereden.



-Concoursrijden: Bij het concoursrijden gaat het erom dat je de draf van de pony zo goed mogelijk toont voor de jury. Deze kijkt vooral naar de manier van bewegen, maar ook naar de houding, stelling, wendbaarheid en manier van rijden. Iedere deelnemer komt op volgorde van nummer binnen en stelt op. De jury loopt dan om de aanspanningen heen om te kijken of alles correct is. Daarna wordt er op de rechterhand afgereden en na een aantal ronden moet er van hand worden veranderd. Dan wordt er op juryvolgorde opgesteld en eventueel kunnen de eersten nog een keer overrijden.
-Lange teugel:is de laatste jaren erg populair geworden. Het is een leuke en eenvoudige manier om met je pony bezig te zijn. Deze vorm van gebruik kun je op veel verschillende niveaus doen. Op wedstrijden kun je een dressuurproef afleggen, maar ook een kür op muziek. Voor de gevorderde combinaties kun je dit combineren met onderdelen uit van de vrijheidsdressuur zoals de spaanse pas.
-Voltige:Bij deze sport worden er oefeningen op een galopperend paard uitgevoerd. Er zijn een aantal vaste oefeningen die eerst getoond moeten worden om te laten zien dat je de basisvaardigheden beheerst. Daarnaast kun je een vrije kür laten zien, waarbij de oefeningen vrij zijn. Je kunt solo voltigeren(alleen), maar ook in een team waarbij je samenwerkt in een groep van 4 of 6 die bestaat uit jongens en meisjes van verschillende leeftijden en niveaus.

-Agility(behendigheid): Een agility proef leg je meestal af met de pony naast je aan het touw. Het is de bedoeling het parcours foutloos en zo snel mogelijk af te leggen. Onderdelen van dit parcours kunnen zijn: hindernis, over of onder een zeil door, achterwaarts gaan, de voorvoeten van de pony in een autoband plaatsen, de voor en achtervoeten in een fietsband plaatsen, zo snel mogelijk om pionnetjes heen, hinkelen of over een balk lopen.
-Lead rein: Dit kan bij zowel dressuur onder het zadel, springen, caprilli en agility worden toegepast. Dit gebeurd meestal bij jonge, onervaren ruiters of bij een nieuwe, jonge pony. Er zijn speciale proeven voor lead rein dressuur, lead rein caprilli enz. Er loopt dan iemand met je mee terwijl deze de pony aan een touw vasthoud. Het is wel de bedoeling dat je zelf rijdt en zelf stuurt, maar diegene die met je meegaat mag je hierbij begeleiden.

Wedstrijden
Er worden in het hele land wedstrijden georganiseerd waar je met je pony aan deel kunt nemen. Ook worden er speciale wedstrijden georganiseerd waar alleen shetlanders aan mee mogen doen. Je kunt informatie krijgen over wedstrijden bij je ponyclub. Hier kun je ook meer informatie krijgen over het rijden met een startkaart. Voor wedstrijden waar alleen shetlanders meedoen kun je het beste kijken op de evenementen kalender op de site van het stamboek of op de agenda in het maandblad ‘De Shetlandpony’. Zo word er ieder jaar bijvoorbeeld een indoor wedstrijddag georganiseerd in Maren Kessel en een outdoor wedstrijddag in Heteren. In Voorst wordt iedere zomer een shetlandmendag georganiseerd en ieder jaar is er een competitie voor het concoursrijden.

Als je op wedstrijd gaat is het natuurlijk belangrijk dat je goed geoefend hebt en alles goed gepoetst is. De meeste dingen doe je precies hetzelfde als je met een shetlander op wedstrijd gaat als wanneer je met een andere pony of paard naar een wedstrijd gaat. Het is ook belangrijk dat je pony er goed uitziet. Je kunt deze ook wassen, maar let in de winter op met de dikke vacht, het duurt dan erg lang voor je pony droog is. (Dit is ook belangrijk om na het rijden in de gaten te houden, doe ze daarom na het rijden ondanks de dikke vacht wel een zweetdeken op.) Normaal kan je pony met alle weersomstandigheden gewoon buiten blijven lopen door de dikke vacht. Als je je pony hebt gewassen heb je ook al het vet van de huid weggehaald. Laat je pony daarom na een wasbeurt rustig wennen aan het weer. Doe haar eerst met goed weer een uurtje naar buiten en bouw dit op totdat ze na een paar dagen weer de hele dag de wei in kan. Het invlechten van je pony zal meer problemen geven. Je hoeft je pony dan ook geen knotjes te maken zoals bij de rijpaarden gebeurd. Netjes losborstelen en de staart invlechten is voldoende, wel kun je één grote vlecht langs de hals van je pony maken. Verder hoef je met je shetlander geen speciale dingen te doen.

ABOP
Dit staat voor Algemeen BruikbaarheidsOnderzoek Paarden en Pony’s. Dit onderzoek is bedoeld om te kijken of je pony geschikt is om gebruikt te worden. Dit kun je aangespannen of onder het zadel doen. Hierbij moet je voor de jury je pony opzadelen of optuigen en aanspannen. Dan volgt een eenvoudige dressuurproef waarbij enkele voltes en wendingen gereden moeten worden en over de diagonaal een middendraf getoond moet worden. Bij de aangespannen proef moet je ook halthouden, waarna je uitstapt en een paar meter naast de koets met de pony mee loopt en dan weer halthoud en instapt. Ook moeten er een aantal passen achterwaarts getoond worden. Bij de proef onder het zadel moet een volte in galop getoond worden en moet de pony de hals strekken. Daarna volgt er nog een springparcours van vier hindernissen die allemaal twee maal gesprongen moeten worden. Dit onderzoek wordt twee keer per jaar afgenomen. Meestal een keer in het voorjaar en een keer in het najaar. Hiervoor kun je je opgeven bij het stamboekkantoor.

Je krijgt voor verschillende onderdelen punten van de jury, bijvoorbeeld voor stap, draf, houding en stelling, karakter etc. Dit kan beloond worden met een ABOP-AA, A, B of C. Als de proef zeer slecht is afgelegd kan de jury besluiten dat je geen ABOP predikaat krijgt. Meer informatie en de proeven die afgelegd moeten worden kun je vinden op de site van het NSPS, onder de knop stamboekzaken en dan predikaten.

Copyright © 2018 - Website door Simon Kroes